Elke elektromotor heeft een bepaald aantal polen. Afhankelijk van het motortype varieert het aantal polen van minimaal twee (noord- en zuidpool) tot vier, zes, acht of meer. Het is belangrijk om het verschil te zien tussen het aantal polen en het aantal poolparen: een 2-polige elektromotor heeft één poolpaar, een 4-polige elektromotor heeft twee poolparen, enz.
De polen zorgen voor een veranderende magnetisatierichting, waardoor het roterende magnetische veld ontstaat en daarmee de rotatie van de rotor.
Asynchrone motoren draaien met een snelheid die evenredig is met het aantal polen, wat lager is dan de statorfrequentie. Bij een netfrequentie van 50 Hz draait een 2-polige motor bijvoorbeeld met 3000 tpm, een 4-polige motor met 1500 tpm, enzovoort.