Bij een motor met binnenrotor bevindt de bewegende rotor zich in de motor en is omgeven door een stationaire stator. Door de kleine diameter van de rotor bereiken motoren van dit ontwerp een zeer hoge vermogensdichtheid met een laag traagheidsmoment. Dit maakt snelheids- en richtingsveranderingen binnen milliseconden mogelijk, waardoor dit type elektromotor bijzonder aantrekkelijk is voor toepassingen zoals de medische technologie, waar maximale precisie essentieel is.
Bij een buitenrotormotor is de stator echter in de machine gemonteerd en omgeven door een extern roterende rotor die het koppel overbrengt. Door het grote contactoppervlak tussen rotor en stator bereikt een buitenrotormotor een hoog koppel met een relatief laag energieverbruik.